Een slimme dame van tien jaar zit schuin achterover in haar stoel. We gaan straks voor het eerst werken met twee bronnen: twee boeken over hetzelfde onderwerp, waarin we gaan zoeken naar verbanden.
Om dit voor te bereiden start ik met de woordenpot. Ze pakt twee kaartjes eruit met de woorden RUPS en HOEFIJZER. Ik vraag haar: “Wat is het verband tussen die twee woorden?”
Ze knippert met haar ogen, waarna ze zegt: “Een hoefijzer is hard en een rups is zacht, maar dat is juist het tegenovergestelde.”
“Klopt,” zeg ik, “maar dat is óók een verband. Een tegenstelling dus. Welk verband tussen een rups en een hoefijzer kun je nog meer bedenken?”
Het duurt even en ik geef haar de tijd, maar dan gaat ze los. Ze noemt de vorm, want een rups kromt zich soms net als een hoefijzer. Ze noemt het bewegen, want een rups stuwt zich voort en een paard ook. Ze noemt bescherming, want het hoefijzer beschermt de hoef zoals het lichaam van een rups beschermd wordt door zijn huid. Ze wordt steeds enthousiaster, en ik zie haar hoofd echt aan het werk.
“De rups was er eerder, en het hoefijzer werd pas veel later uitgevonden. Maar…. het ijzer zat al wel langer in de grond. Denk ik. Weet jij wat er eerder was, een rups of ijzer in de grond?”
Ik weet het ook niet, en dat is helemaal niet erg.
Slimme lezers hebben behoefte aan dieper in de tekst gaan. Ze hebben de woorden allang gelezen, de antwoorden allang gevonden. Maar hebben ze ook verbanden gelegd die er niet met zoveel woorden in staan? Hebben ze iets nieuws toegevoegd aan hun relationeel netwerk, iets wat ze nog niet wisten of nog niet zo hadden gezien? Zijn ze zich voldoende bewust van wat in hun hoofd gebeurt om bij te kunnen sturen als ze iets niet begrijpen?
Wanneer je een leerling uitdaagt om twee schijnbaar ongerelateerde dingen te verbinden, oefen je het verbinden zoals dat bij leesbegrip ook werkt: je zoekt naar iets wat er niet expliciet staat, je gebruikt wat je al weet en je controleert of het klopt. Slimme lezers missen dit juist vaak, omdat ze eraan gewend zijn dat begrijpen vanzelf gaat. En als ze dan een tekst tegenkomen die echt lastig is, weten ze niet wat ze moeten doen. Dus dat moeten we trainen.
“Weet je nog een verband?” vraag ik.
Ze leunt nu voorover. “Ze zijn allebei mooi.”
The post De connectie tussen een rups en een hoefijzer appeared first on LeesInzicht.
