Aandacht

Blog door Agnes Eisses

 

Er is een pakketje bezorgd. Hoewel ik zelf de bestelling heb gedaan en betaald is het altijd weer een leuk moment: uitpakken. Het is een nieuw boek over het puberbrein en ik blader het wat door. De teksten en plaatjes nodigen uit om te gaan lezen, maar daar heb ik op dit moment geen tijd voor. Ik ken mijzelf:  als ik begin, dan wil ik doorgaan. 
 

Vlak voor ik het boek opzij leg valt mijn oog op een uitspraak van een jongen van 16:

‘Het enige dat ik eigenlijk wil, is veel aandacht. Met emmers tegelijk! Gewoon dat mensen naar mijn verhaal luisteren en proberen te begrijpen dat ik iets goed probeer te doen, maar dat het heel vaak gewoon niet lukt! Dan gaat het mis en dan weet je niet meer hoe je het terug moet draaien. Op zo’n moment zoek je eigenlijk gewoon een volwassene die gewoon zegt hoe het moet, zonder de hele tijd te zeiken dat je het eigenlijk niet kan. Dat weet ik dan zelf ook wel.’

Zo, die komt binnen. Het zou zomaar een uitspraak van een van de jongeren van Obalo XL kunnen zijn. Tijdens adviesgesprekken en in de huiswerkbegeleiding hoor ik vaak van een puber dat hij niet begrijpt waar het misgegaan is. Hij heeft immers geleerd? Uren heeft hij zitten stampen en dan toch een onvoldoende gehaald. Hij baalt en wil het liefst het bijltje erbij neergooien. Wat heeft het voor zin? Thuis en op school wordt gemopperd dat hij beter zijn best moet doen, eerder moet beginnen en vooral moet stoppen met gamen. Begrijpelijke reacties, want zowel de puber als zijn ouders voelen frustratie.  

Het stellen van open vragen kan de frustratie soms alleen maar verhogen. Als een puber de vinger er zelf ook niet op weet te leggen, dan helpen een paar gerichte gesloten vragen. Hij hoeft alleen maar ja of nee te zeggen en hij voelt zich gehoord. Wat dan volgt is een stukje ontspanning en op die basis kun je concretere vragen gaan stellen.

Als ik een puber vraag waar hij zelf denkt dat het mis gaat, dan is in eerste instantie schouderophalen het antwoord. Na een paar gerichte vragen komen we er al snel achter dat het geen onwil is, maar onwetendheid. Wat voor de een werkt, hoeft voor de ander niet ook de beste leermethode te zijn. En voor wat de factor tijd betreft: de een heeft meer tijd nodig om te leren dan de ander. Maar hoe kom je daar achter? Door vooral te luisteren naar wat hij te vertellen heeft kom je vaak al een heel eind. Voor de rest geldt: meten is weten.

Tijd kun je meten. Als je weet hoeveel tijd je nodig hebt, dan helpt je dat bij het maken van een goede planning. Als je weet dat je vooral onthoudt wat je gehoord hebt, dan heb je er baat bij om tijdens de les goed te luisteren en hardop te leren. Daarom doen we soms ook een leerstijlentest. Het is mooi om te zien hoe een puber opklaart als hij er achter komt wat voor hem goed werkt. Vaak weten ze dat zelf ook al wel, maar hebben ze het op een andere manier aangeboden gekregen en hun eigen voorkeur  afgeleerd. Vervolgens moet het ook nog uitgevoerd worden en dat valt niet altijd mee. Er is zoveel tegelijk waar aan gedacht moet worden. Gelukkig ontdekken de meeste pubers al snel dat ze baat hebben bij de structuur die we bieden, maar wel nadat ze zelf hebben ontdekt dat het werkt. Dat is onze missie: toewerken naar zelfstandigheid. Structuur opleggen zonder het nut ervan in te zien werkt averechts. Het blijven tenslotte pubers.

 

puberbrein binnenstebuiten

PS: het boek dat Agnes hier noemt is: "Puberbrein binnenstebuiten", van Huib Nelis en Yvonne Sark

 

Misschien ook interessant voor u: