Betere leerprestaties, meer zelfvertrouwen
Praktijk voor Remedial Teaching & Orthopedagogiek
'Indy had erg veel moeite met rekenen in groep 4. In groep 5 zijn we begonnen met begeleiding en Indy heeft er veel baat bij. Ze snapt rekenen beter en vindt het ook veel leuker.'
'Zijn niveau is verbeterd, maar nog belangrijker, hij heeft geen hekel aan lezen meer! En dat is de echte winst!'
'Het was heel mooi om als ouders te merken dat hij echt geholpen werd met zijn specifieke rekenproblemen en dat we een zelfverzekerder kind hadden dat de examenperiode in ging.'
'Wat ik het meest bijzondere vind aan de Obalo begeleiders, is dat ze echt naar het kind kijken. Ze zien wat werkt voor dit kind én ze passen de methode daar op aan.' 
'Voordat zij de begeleiding kreeg was ze een onzeker meisje die dacht dat ze niet veel kon. Maar door de diagnose weet zij dat het niet aan haar ligt, maar dat ze iets heeft waar door goede begeleiding mee te leven valt.'

'Timo heeft heel veel geleerd tijdens de dyslexielessen. Is enorm vooruit gegaan. Hierdoor kan hij de lessen beter volgen en gaan de schoolprestaties ook vooruit. Hierdoor krijg je meer plezier en zelfvertrouwen.'

'Femke is de cursus kookkracht onzeker in gegaan en erg opgebloeid weer uitgekomen. Ze kan beter leren, zit beter tussen de kinderen in de klas, is er veel zelfverzekerder uitgekomen.'

Spellingprooblemen

Column door Elvira Rouwenhorst-Pont, in 2014 verschenen in Salland Centraal

 

“Mijn vader vindt het kinderachtig, als ik “ah” zeg. Het is een “aa”, zegt hij”. Joost wordt een beetje boos. Want wat zijn vader zegt, is waar. Joost vindt spelling moeilijk en die gekke spellingregel – die van ezel en kikker – krijgt hij er maar niet in. Hij zit in groep 6 en zou deze regel al wel moeten kennen. Hij wil betere cijfers, maar elke dag thuis oefenen heeft nog niets geholpen.


Joosts moeder kwam een paar weken eerder in de praktijk voor hulp. “We oefenen zo veel en toch gaat hij niet vooruit,” vertelde ze. “Joost krijgt wekelijks 20 woorden mee naar huis. Hij bekijkt elk woord en typt het na. Bij het eten doen we nog een spelletje: we zeggen een woord en Joost moet de letters zeggen.” 

In de eerste les vraag ik Joost hoe dat gaat, dat “letters zeggen”. Hij kiest het woord makkelijk als voorbeeld; die moest hij thuis ook schrijven. “Makkie!” roept Joost , “em-aa-ka-ee-el-ij-ka”en schrijft: makelijk.

 

Ik vraag Joost hoe hij de regel van het woord kikker op school heeft geleerd. Hij kan het goed uitleggen, met klankvoeten en klanktenen en al. Ik leg uit dat hij daarom bij het woord makkelijk een “ah” moet zeggen en geen “aa”. Zijn boosheid duurt gelukkig niet lang.

Om deze woorden goed te schrijven moet je het woord “hakken” en goed luisteren wat je hoort aan het eind van een stukje: ma/ke/lijk. De laatste klank van ma is een a (“ah” en geen “aa”). Dit is een korte klank en daarom komt er een k bij. Ouders hebben dit zelf vaak anders geleerd en willen hun kind op hun eigen manier helpen. Maar het hielp Joost juist van de regen in de drup: hij heeft de regel goed geleerd, maar gebruikt hem niet omdat hij thuis heel anders oefent. Daarom hebben we samen een aantal weken geoefend op de klanken en op het verdelen van woorden in stukken. Joost snapt weer wat hij ermee moet: luisteren!

Thuis oefent Joost nu anders. Hij verdeelt dagelijks vijf schoolwoorden in klankgroepen, schrijft ze op en controleert ze. Daarna speelt Joost de woorden nog even met Woordkasteel op de computer. Joost is blij: hij oefent nu korter, beter en fijner. En de vader van Joost? Die zegt nu ook “ah” en “buh”.